Annelijn Wensing (hoofd Gender VUmc): 'Onze rol binnen wettelijke transitie mag eraf'

27 september 2022 · Leestijd 4 min

Zonder verklaring van een arts of psycholoog je geslacht wettelijk kunnen veranderen: dat is één van de belangrijkste aanpassingen van de nieuwe Transgenderwet, waar deze week in de Tweede Kamer over gedebatteerd wordt. Annelijn Wensing is hoofd Gender en Seksuologie van het VUmc en geeft als deskundige in de praktijk ook zulke verklaringen af. Ze vindt het schrappen van haar rol een goede zaak: "We merken dat de groep mensen die ons voor zo'n gesprek opzoekt, een groep is waar we zelden tot nooit over hebben getwijfeld om die verklaring af te geven."

Sinds 2014 voert Wensing gesprekken met mensen die een genderwijziging willen in hun paspoort. "Als deskundigen gaan het gesprek aan om uitleg te geven over die wet en wat er dan wijzigt. We proberen dan een inschatting te maken of die persoon de gevolgen goed heeft overzien. De wet in haar huidige vorm is gestoeld op zelfdiagnose: mensen worden niet gevraagd om hun gendergevoel en in hoeverre die juist is, maar slechts om de gevolgen te overzien."

De waarde van de wet was in 2014 wel relevanter dan nu, stelt Wensing. "We hebben deze ervaring nu zo'n acht jaar. In het begin waren we dolblij met de wet omdat hij mensen de gelegenheid geeft om los van de medische behandeling meer zichzelf te kunnen laten zijn. Ook hadden we onze vragen, omdat we merken dat de groep mensen die ons voor zo'n gesprek opzoekt een groep is waar we zelden tot nooit over hebben getwijfeld die verklaring af te geven. De redenen waarvoor mensen kwamen waren heel duidelijk."

Bij de groep mensen die Wensing benoemt gaat het vooral over mensen met genderdysforie. Dit houdt in dat het gevoel zo afwijkt van het toegewezen geslacht dat ze daar veel last van hebben en om die reden hun geslacht willen veranderen. "Dat zijn zowel oude als jonge mensen, maar voornamelijk volwassenen. Over het overgrote deel hebben wij tijdens de evaluaties aangegeven dat die rol van ons bij deze transities er af mag, zeker als het gaat om de volwassenen", vertelt Wensing. 

Een ander onderdeel van de nieuwe Transgenderwet, is de verlaging van de minimumleeftijd voor deze wettelijke geslachtsverandering naar 16 jaar in plaats van 18 jaar. "Ik denk dat deze leeftijd van 16 jaar niet voor niks de graadmeter is geworden als je het vergelijkt met belangrijke beslissingen die jongeren op deze leeftijd mogen maken. Die komt niet uit de lucht vallen, veel zaken in de medische zorg en over je eigen leven gaan over de leeftijd van 16." Wel heeft het genderteam van hetVUmc bij evaluaties aangegeven dat ze het ook bij kinderen jonger dan 16 jaar wel belangrijk vinden om steun te bieden."

Behandelwens
Belangrijk vindt Wensing het om de wens van een wettelijke transitie los te zien van de medische behandelwens: "Die transgenderwetgeving waar nu over gesproken wordt, gaat over toegang tot het wijzigen van het paspoort. Dat heeft niks te maken met de medische transgenderzorg en de zorgvuldigheid daarvan. Ik denk dat er een verschil moet zijn in vereisten in deze wetgeving ten opzichte van medische behandelingen zijn omdat deze handelingen onomkeerbaar zijn en zo ingrijpend dat je daar anders mee om moet gaan."

Ze wijst er op dat niet iedereen in precies dezelfde situatie aanklopt. "Mensen die een medische behandeling wensen komen bij ons, maar ook mensen die dat niet willen en wel hun paspoort willen wijzigen. Ook zijn er mensen die op de wachtlijst staan voor medische zorg en die het prettig vinden om alvast deze stap te maken. Er zijn dus wel degelijk veel mensen die los van de medische behandelwens deze wens hebben. Het is denk ik goed dat uit elkaar te trekken."