Doekle Terpstra (Techniek Nederland): 'Laat minder mensen toe op mbo-opleiding waarbij baankans klein is'

21 november 2022 · Leestijd 3 min

Mbo-opleidingen waarbij de kansen op een baan klein zijn, moeten minder studenten toelaten. Dat vindt Doekle Terpstra, de voorzitter van Techniek Nederland. Hij hoopt dat op die manier meer mensen kiezen voor opleidingen in sectoren waar ze staan te springen om mensen. Naast techniek is dat bijvoorbeeld ook de zorg.

Begin dit jaar kampte de technieksector met een tekort aan 20.000 mensen, vertelde hij eerder in Dit is de Dag. Dat tekort is structureel, zegt hij: “We hebben te maken met grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de energietransitie. Nederland heeft zich gecommitteerd aan hele grote doelstellingen en die moeten gerealiseerd worden. Dat moet allemaal via de installatietechniek naar de uitvoering worden gebracht. We hebben dus heel veel mensen nodig.”

'Onorthodoxe keuzes'

Dat geldt ook voor andere sectoren zoals de zorg, zegt hij. “Het zijn vitale sectoren voor welzijn en het welvaren van Nederland. Juist bij deze sectoren die zo hardnekkig met personeelstekort geconfronteerd worden, of met het tekort worden geconfronteerd, vraag ik me af of we niet op een andere manier naar het beroepsonderwijs te gaan kijken. Dat betekent dat we het ook aan moeten durven om onorthodoxe keuzes te maken.”

Doet de technieksector er zelf ook genoeg aan om de vacatures op te vullen? “Natuurlijk doen wij ons best”, zegt Terpstra. Per jaar wordt er 40 miljoen vanuit de middelen van werkgevers beschikbaar gesteld in de eigen sector om mensen vanuit de zij-instroom goed toe te rusten voor het vak in de installatietechniek.”

Numerus fixus

Zijn redenatie is dat een numerus fixus (beperkte toelating) op mbo-opleidingen met minder baankansen leidt tot meer studenten in bijvoorbeeld te techniek. “In het mbo hebben we op dit moment 688 specialisaties. Als je kijkt naar diploma’s, zie je dat er bij een aantal daarvan, zoals mediavormgever, veel meer diploma’s worden uitgegeven dan er vacatures zijn. We leiden veel jongeren nog op voor banen die er niet meer zijn.”

We hebben te maken met een maatschappelijke uitdaging, besluit hij. “Er ligt een collectieve verantwoordelijkheid voor het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven om samen na te denken over de vraag hoe we op een verstandige manier met beschikbare middelen en talent.”