Hoogleraar Ad van Wijk: 'Stroom opwekken in Sahara heeft enorme potentie'

28 oktober 2022 · Leestijd 4 min

Toen Europese landen het na de Russische inval in Oekraïne opeens zonder Russisch gas moesten stellen, zetten ze groot in op een andere energiebron: LNG. Dat is gas in vloeibare vorm, waardoor het veel makkelijker vervoerbaar is. Voor duurzame elektrische energie is er een vergelijkbare oplossing, ziet Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems aan de TU Delft.

Op papier is de Sahara het ideale gebied om duurzame energie in op te wekken. “Niet alleen hebben we er veel meer instraling van de zon, maar het waait er op veel plekken ook harder dan bijvoorbeeld op de Noordzee”, zegt Van Wijk. “En er woont minder dan één persoon per vierkante kilometer, terwijl de oppervlakte twee keer zo groot is als alle EU-landen bij elkaar. Je hebt daar niet alleen de zon, maar ook de ruimte.”

Van Wijk adviseerde de Europese klimaatcommissaris Frans Timmermans over de mogelijkheden die het opwekken van groene stroom in de Sahara voor Europa heeft. De grootste uitdaging daarbij is het vervoer: hoe langer een stroomkabel is, hoe meer stroom er verloren gaat.

Daar is een oplossing voor. Door de stroom ter plekke om te zetten in waterstof, kan de energie kilometerslang door al bestaande gasbuizen vervoerd worden zonder energieverlies. En belangrijker: transport van waterstof door een pijpleiding is ruwweg tien keer zo goedkoop als transport van elektriciteit via een kabel.

Dat gaat ook gebeuren: verschillende Europese landen sloten al overeenkomsten met landen in de Sahara voor de import van groene waterstof. De oorlog in Oekraïne en de bijbehorende vraag naar alternatieven voor Russisch gas versnelt dat proces alleen maar.

Gigantische energiebron

Dat opent allerlei nieuwe mogelijkheden wereldwijd. “Duurzame energie is een gigantische energiebron”, zegt Van Wijk. “De totale energiebehoefte van de hele wereld is zo’n 155.000 miljard kilowattuur per jaar. Dan heb ik het over alle energie, niet alleen elektriciteit. Als je acht procent van de Sahara volzet met zonnepanelen kun je al die energie produceren.”

Om die energie ook om te zetten in waterstof is nog wat meer ruimte nodig. “Dan praat je in totaal over misschien tien procent van de Sahara”, zegt hij. 

Ruimte is dus niet het probleem. De benodigde materialen verzamelen vormt wél een uitdaging. “Voor zonnepanelen heb je silicium nodig, dat van zand wordt gemaakt, maar ook heel veel aluminium en glas. En voor windturbines heb je zeldzame aardmetalen nodig. Voor duurzame energie heb je ontegenzeggelijk veel meer materialen nodig dan een fossiel energiesysteem.”

Niet koloniaal

Europese landen die reikhalzend naar Afrika kijken voor hun energiebehoeften: dat roept ongemakkelijke beelden op van tijden waarin Europa zich grondstoffen uit Afrikaanse landen toe-eigende. Het is dan ook belangrijk dat, als Westerse landen waterstof uit landen rond de Sahara importeren, dat niet op een koloniale manier gebeurt, zegt Van Wijk.

“Wat er nu gebeurt is niet alleen dat bedrijven land in de Sahara opkopen, maar ook dat Europese en Afrikaanse landen bilaterale afspraken maken. Als je waterstof gaat produceren moet je ook water hebben. En dat is schaars in de woestijn, dus je legt een pijplijn van de oceaan daarnaartoe. Als je die buis iets groter maakt kun je daar ook elektriciteit mee opwekken en drinkwater mee vervoeren voor de lokale bevolking, dat kost maar iets meer.”

Misschien zouden gebieden die nu te droog zijn om voedsel op te telen zelfs weer geschikt kunnen worden voor landbouw, denkt Van Wijk. “Zodra er water is, kun je eigenlijk alles doen.”