Hoogleraar Gezondheidspsychologie: 'Minder angst voor corona leidt tot minder motivatie voor maatregelen'

10 oktober 2022 · Leestijd 3 min

Arie Dijkstra, hoogleraar Gezondheidspsychologie en Beïnvloeding aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelt dat het nu nog te vroeg is om maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus in te stellen. "Je moet preventie niet te vroeg inzetten, want dan hebben mensen er een te lage motivatie voor."

Toch zet hij een kanttekening bij zijn uitspraak: "Het is virologisch niet te vroeg, want je wil zo vroeg mogelijk ingrijpen. Maar voor de psyche is het wel te vroeg, want er is nog geen zichtbaar probleem. Waarom zou je overal dat benauwde mondkapje moeten dragen terwijl je nog niks van het virus om je heen ziet?"

Draagvlak
Wat nodig is volgens Dijkstra is motivatie en de bereidheid om je aan de maatregelen te houden. "Door enquêtes af te nemen kun je nagaan welke maatregelen zowel virologisch effect als draagvlak hebben. De maatregelen die draagvlak hebben, moet de overheid stimuleren." Het handhaven van die maatregelen werkt volgens Dijkstra het best met hulpmiddelen: "Zet bijvoorbeeld een hek neer zodat je het voor mensen gemakkelijk maakt en ze de goede richting op stuurt."

De reden waarom mensen nog geen noodzaak voelen voor maatregelen ligt volgens Dijkstra in het gebrek aan angst. "De meeste Nederlanders zijn niet ziek geworden door covid en zijn niet in het ziekenhuis beland. Ze hebben geleerd dat covid erg kan zijn, maar het nu niet meer ernstig is voor de meeste mensen. Dat maakt dat we ons minder bedreigd voelen en dat het iets wordt zoals een griep. Het gaat er om hoe dit zich vertaalt in het hoofd van een mens, dat leidt niet tot een sterke motivatie."

"Tuurlijk, er zijn negatieve dingen, zoals bijvoorbeeld Long Covid", zegt Dijkstra. "Maar dat heeft een gewone griep ook en daar hebben we onze weg in gevonden. Eigenlijk geven we aan dat we dat accepteren als bevolking." Draagvlak en motivatie voor de basismaatregelen zijn bij de meeste mensen ook ver te zoeken, vertelt Dijkstra. "Uit observatie weet ik dat mensen zich daar niet meer houden. Je ziet dat het handen schudden en wassen weer in het slot is geraakt." 

Aangeleerde dingen
Toch is niet alles weer bij het normale, stelt Dijkstra. "Als ik een boks geef, weten mensen wat ik bedoel. Mensen slaan ook eerder het handen geven over. Dingen die we onszelf hebben aangeleerd en die eigenlijk wel makkelijk zijn, doen mensen nog wel." De verantwoordelijkheid ligt nog steeds bij de samenleving, geeft hij aan. "Het gaat niet alleen of mensen zelf motivatie hebben, maar ook of ze zien wat andere mensen doen. Bij een nieuwe maatregel kijk je om je heen en praat je erover. Als je ziet dat collega's het doen doe je het zelf ook."

"Er is nog steeds een sociale norm waarin je enige voorzichtigheid moet behouden, zoals het inhouden van hoesten. Je beseft dat het niet gewenst is en dat het je eigen verantwoordelijkheid is dat je thuis blijft als je ziek bent. Als de dreiging lager is zal daarvan af geweken worden. Dan is het ook makkelijker om gevaarlijk gedrag te vertonen, maar we zijn het nog niet verleerd."