Margaretha Wewerinke-Singh: ‘Er gaat te weinig geld naar het compenseren van onherstelbare klimaatschade’

14 oktober 2022 · Leestijd 4 min

Westerse landen investeren te weinig geld in het helpen van de gebieden die het hardst getroffen worden door klimaatverandering, zegt Margaretha Wewerinke-Singh, universitair docent publiekrecht aan de Universiteit Leiden. Ze is gespecialiseerd in klimaatrechtvaardigheid.

“Afrika als geheel draagt maar voor iets minder dan drie procent bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot”, zegt Wewerinke. “En historisch gezien is dat nog veel minder. De Afrikaanse uitstoot is echt maar een fractie van het probleem.”

Tegelijkertijd komen de gevolgen van klimaatverandering juist in Afrika extra hard aan. “Dat is deels het gevolg van toeval of pech”, zegt ze. “Zo warmt het continent ongeveer anderhalve keer zo snel op als gemiddeld, vanwege de geografische ligging.”

Maar ook armoede en het gebrek aan middelen maken het voor Afrikaanse landen moeilijker om met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan, legt Wewerinke uit. “Dat heeft weer te maken met het feit dat Afrika minder gebruik heeft kunnen maken van productieprocessen en industrieën die weliswaar vervuilend zijn, maar ook de welvaart stuwen.”

Droogte en gezondheidsproblemen

De negatieve gevolgen van klimaatverandering in Afrika worden steeds zichtbaarder, ziet Wewerinke. Kijk bijvoorbeeld naar de droogte die grote delen van het continent teistert. “En door die droogte verdampt meer water, wat leidt tot grotere regenval en meer overstromingen. Zoals pas in Kenia en Nigeria.”

Ook op het gebied van gezondheid zijn er negatieve gevolgen. “Malaria verspreid zich door de hogere temperaturen naar gebieden waar het vroeger niet voorkwam. En in landen als Tsjaad wordt de hitte soms onverdraaglijk. Temperaturen lopen op tot ver boven de 40 graden. Dat kost levens en maakt ontwikkeling moeilijker.”

Rijke landen moeten dan ook echt de leiding nemen om klimaatverandering en de schadelijke gevolgen daarvan tegen te gaan, vindt Wewerinke. “Zodat er meer ruimte overblijft in het mondiale CO2-budget (de maximale jaarlijkse CO2-uitstoot waarbij de opwarming van de aarde binnen 1,5 graden Celsius blijft, red.).”

Nieuwe omstandigheden

Daarnaast moet er meer geld voor klimaatadaptatie naar het mondiale zuiden, waar Afrika onder valt, zegt ze. “Het is op basis van de gegevens die we hebben al duidelijk dat het onmogelijk wordt om onder de 1,5 of zelfs 2 graden opwarming te blijven, als er niet snel meer financiering komt voor klimaatactie in ontwikkelingslanden. Bovendien zijn veel gevolgen sowieso al niet meer te voorkomen. Daarom moeten we landen die extra hard geraakt worden door de hitte helpen zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.”

Naast mitigatie (het voorkomen van klimaatschade) en adaptatie is er nog een derde vorm van klimaathulp waar geld voor nodig is: het compenseren van de onherstelbare schade die al gedaan is. “Zo zijn er bij de Salamonseilanden al vijf eilanden gezonken en zijn er in Fiji hele dorpen gedwongen verhuisd vanwege de stijgende zeespiegel. Voor dit soort schade en verlies moet er compensatie komen.”

Taboe

Helaas is die vorm van financiering nog een ondergeschoven kindje, zegt Wewerinke. “Denemarken is het enige land dat daar geld aan heeft toegezegd. Er rust een enorm taboe op, want het herstellen van klimaatschade zou een enorme kostenpost zijn. Als je het principe van ‘de vervuiler betaalt’ in de praktijk zou brengen, zouden de grote vervuilers al snel failliet gaan.”

Landen praten ondertussen wel met elkaar over deze vorm van klimaathulp. “Er is een internationaal orgaan opgezet om dit te bespreken en er iets aan te doen, het Warsaw International Mechanism for Loss and Damage”, zegt Wewerinke. “Afgelopen klimaattop wilden ontwikkelingslanden graag dat er een fonds in het leven geroepen zou worden, maar dat was teveel gevraagd. Nu is de afspraak dat er twee jaar over wordt doorgepraat, in juni 2024 zou er een besluit moeten komen.”