Sophie in ‘t Veld: ‘Andere partijen moeten samenwerken om populistisch-rechts van macht af te houden’

27 september 2022 · Leestijd 2 min

Op cultureel gebied verschilt D66-Europarlementariër Sophie in ‘t Veld op veel punten van mening met Giorgia Meloni, die met haar partij Fratelli d'Italia de Italiaanse verkiezingen won. Maar dat is niet wat haar de meeste zorgen baart: “Ultra-conservatief zijn mag. Maar wat zijn de opvattingen over de rechtstaat, democratie en vrijheid van meningsuiting?”

Al sinds 2004 zit Sophie in ‘t Veld voor D66 in het Europees Parlement. Ze heeft de opkomst van populistisch rechts in Europa dus van dichtbij meegemaakt. “De geestverwanten van Meloni in het Europees Parlement proberen overal om aan de vrijheid van meningsuiting te knabbelen en de onafhankelijke rechterlijke macht te ondermijnen”, zegt In ‘t Veld. “Je ziet wat er gebeurt als mensen met zulke opvattingen aan de macht komen in Polen of Hongarije.”

Tegen die landen, waar de rechts-populistische partijen PiS van Andrzej Duda en Fidesz van Victor Orban aan de macht zijn, loopt sinds enkele jaren een artikel 7-procedure in de Europese Unie. Dat is het laatste redmiddel tegen landen die ‘Europese waarden’ schenden en kan er uiteindelijk toe leiden dat een land uit de EU wordt gezet.

Fratelli d’Italia heeft niet dezelfde autoritaire agenda als het Poolse PiS, schat In ‘t Veld in. “Maar je ziet dat er altijd andere belangen mee gaan spelen. Orban is volgens mij diep in zijn hart ook geen autoritaire ideoloog. Maar hij is wel gewoon corrupt. En heeft om zijn corruptie af te schermen het nodig om het justitiële apparaat en de persvrijheid te beknotten.”

“Het punt is een beetje dat deze partijen nergens een meerderheid hebben. Maar je ziet dat de oppositiepartijen, die soms wel de opvattingen van de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen, er niet in slagen om samen te werken. Misschien moeten we ook in Nederland, waar we inmiddels meer dan twintig partijen hebben, praten over meer blokvorming in plaats van die versplintering.”